vrijdag 27 januari 2012

College 5, kleur 11-1-2012

Wat was er nieuw?

We zouden deze les presentaties gaan houden over de verschillende culturen. De klas was in groepjes verdeeld en elk groepje had een eigen cultuur toegewezen gekregen. Ik verwachtte dus dat ik veel verschillen en overeenkomsten zou te horen krijgen over de culturen.

Wat heb ik geleerd?

Ik heb veel geleerd over de andere culturen. Alle groepjes hadden enorm hun best gedaan om duidelijk te maken wat hun cultuur inhield. De eigenschappen van alle culturen kwamen naar voren. Zo is de man bij de Marokkanen de baas in huis en zijn jongentjes in China veel belangrijker dan meisjes. Het zijn interessante dingen om te leren. Je merkt veel verschil met onze eigen cultuur. Sommige dingen kunnen er bij mij ook gewoon niet in. Dat vrouwen in veel culturen niet mogen werken en alleen maar het huishouden doen. Het zijn voor hun voor meest normale zaken maar voor mij zo vreemd.

Wat ga ik doen met de stof?

Ik ben blij dat ik nu meer te weten ben gekomen over de andere culturen. Ik respecteer ze al wel alleen het accepteren gaat hem niet worden. Daarin verschillen de andere culturen teveel met die van mezelf.

College 4, kleur 14-12-2012

Wat was er nieuw?

Ik had wel verwacht dat ik zou gaan leren over verschillende cultuur, inhoudelijk. Verder hoe deze culturen zich kunnen handhaven op scholen. Dan vooral met communicatie. Hoe kunnen ze zich redden. Het is vaak heel moeilijk om met mensen uit andere culturen te communiceren omdat ze nauwelijks of niet de Nederlandse taal spreken.

Wat heb ik geleerd deze les?

We hebben geleerd hoe je een goed gesprek kan voeren met de ouders. Hierbij hebben we enkele tips gekregen.
- Voordat je gaat beginnen moet je een veilige sfeer in de klas creëren.
- De ouders en de leerkracht moeten samen een oplossing bedenken.
- De leerkracht spreekt geen spreektaal maar een makkelijke taal, dat te begrijpen is voor de ouders van een andere herkomst.
- De leerkracht moet zich betrokken voelen bij de ouders.
- LSD, luisteren, samenvatten en dan doorvragen
- Plan voor de toekomst opstellen
- Laten weten dat het aandacht naar het kind toegaat. (Privé en naar de ontwikkeling van het kind)

Wat ga ik doen met deze stof?

Ik vind het ontzettend handig wat ik geleerd heb. Met deze tips kan je echt iets doen. Ik hoop dat ik ze ook echt een keer kan toepassen in de praktijk. Het wordt sowieso niet de ander half jaar niet want ik zit op een witte school. Het kan natuurlijk altijd voorkomen dat het fout gaat maar als je je aan deze tips houdt heb je de grootste kans van slagen.

College 3, kleur 8-12-2011

Wat was er nieuw?

Ik had op de kaart gelezen dat we een filmpje zouden gaan kijken over de marokkaanse gemeenschap en hoe zij kijken naar hun eigen cultuur en de die van ons. Ik verwachtte dus dat het me meer duidelijk zou worden wat zei erover denken. Hoe zij tegenover onze cultuur staan. Ik hoopte dat ik mijn mening zou kunnen bijstellen in positieve zin. Verder wilde ik wel graag weten wat de andere studenten ervan vonden en of zij dezelfde mening delen als ik.

Wat heb ik geleerd?

Het filmpje was erg interessant om naar te kijken. Er kwamen een hoop meningen los en iedereen wilde wel iets vertellen over het filmpje. Ik heb mijn mening niet echt bij kunnen stellen. Ik heb van die jongens begrepen dat ze het ook niet zo graag bij de Nederlandse cultuur willen horen. Ze zoeken eigenlijk hun eigen cultuur op en willen daarmee samen zijn. Dat maakt het voor beide culturen lastig om aan elkaar te wennen en van elkaar te leren. Ze hadden dus een beetje een terughoudende houding.

Verder heb ik geleerd hoe je een goede stelling moet formuleren. Dat je er niet een mening in moet verwerken maar dat je het heel algemeen moet houden. Verder hebben we helaas niet veel met de stellingen kunnen doen om dat de tijd al voorbij was. Zonde, want discussies zijn altijd wel interessant om te voeren.

Wat ga ik met de stof doen?

Mijn mening geven kon ik al dus dat blijf ik op dezelfde manier doen. Ik kan altijd wel goed mijn mening verdedigen. Ik ben er niet in veranderd hoe ik tegenover de marokkaanse cultuur sta. Ik heb er respect voor alleen blijf ik het moeilijk vinden om ermee om te gaan.
Het is heel handig dat ik nu geleerd heb om stellingen goed te maken. Die kan ik ook weer gebruiken in mijn toepassingskaarten en natuurlijk de rest van mijn studie.

woensdag 7 december 2011

College 2: Kleur, 1-12-2011

Wat is er nieuw?

De manier van lesgeven is wel even aan wennen. Viktor geeft heel goed les alleen best wel een strenge aanpak. Wel verder in voor een geintje af en toe. De discussies in de klas worden ook aardig geminderd. Wel jammer want uit discussies komen vaak wel nieuwe dingen. Aan de andere kant snap ik dat de stof ik de les moet behandeld worden.

Wat heb ik geleerd?

We hebben geleerd wat het woord 'cultuur' nou eigenlijk betekent. Dat we het eigenlijk als vanzelfsprekend ervaren. Maar cultuur is gewoon jou manier van denken, doen en leven. We zijn dieper in gegaan op onze eigen nederlandse cultuur. Die hebben we bekeken van onze eigen belevingswereld. Door bijvoorbeeld te kijken naar: Thuissituatie, binnen en buitenspelen, schoolervaringen en vrienden.

Verder zijn er een aantal belangrijke begrippen voorbij gekomen zoals bijvoorbeeld: Stereotypen, vooroordelen en categoriseren. Met deze begrippen konden we kijken in hoeverre het je belemmerd in je werk als leerkracht.

Wat ga ik doen met de informatie?

Het is best wel lastig om geen vooroordelen over iemand te hebben. Wat je vormt je toch altijd gelijk een beeld bij iemand die je voor het eerst ziet. Bewust of onbewust. Dus dat je er rekening mee moet houden in de werk als leerkracht in logisch maar of het ook lukt is een tweede. Dit wil ik toepassen in de praktijk.

College 1: Kleur, 23-11-2011

Wat was er nieuw?

We hadden een nieuw thema. Het thema 'kleur'. Daarnaast hebben we voor dit thema ook een nieuwe docent toegewezen gekregen. Viktor Philipsen. We gaan aan de slag met het verschil tussen verschillende culturen en geloven. We hebben te horen gekregen wat precies de bedoeling is van dit thema en wat er wordt verwacht. We zijn alle toepassingskaarten af gegaan om te kijken wat we ermee moeten doen. Voor de toets moeten we ons gaan specialiseren in andere culturen. De groep is verdeeld in kleine groepjes en zo gaan we van elkaar leren.

Wat heb ik geleerd dit college?

We hebben ontdekt hoe je erachter kunt komen wat jou talenten zijn. Waar je die vandaan hebt en hoe je die ontwikkelt in de loop van je leven. Hierbij hebben we een werkboekje gemaakt met een aantal hele persoonlijke vragen om er zo achter te komen hoe jij tegenover het multi-culti staat, wat jou talenten zijn en hoe je in het leven staat. Best wel een heftig onderwerp.

Wat ga ik doen met de geleerde stof?

Ik denk dat ik door dit college beter ben gaan nadenken over hoe ik over bepaalde dingen denk en hoe ik aan mijn talenten kom. Dus ik kan deze informatie heel goed gebruiken bij het maken van de zelfanalyse.

Toepassingskaart 9: Rekenen (OK)

A. Analyseer een rekenmethode op (multi)culturele kenmerken.

Er is niet een groot verschil in de plaatjes. Er worden wel meer blanke kinderen of mensen gebruikt dan donkere mensen. Dat valt wel heel erg op. Verder als het over feestdagen gaat, gaat het vaak over pepernoten (sinterklaas) of dat soort dingen. Dat vieren we natuurlijk alleen maar in Nederland dus voor andere culturen totaal onbekend.
Tijdens de winter zie je wel eens een plaatje van een spelend kind in de sneeuw. Dit zien buitenlandse kinderen natuurlijk nooit in het land van herkomst. Ik denk overigens niet dat dit op zal vallen bij andere kinderen.

Over het algemeen is het dus niet cultuurgericht. Als je er heel erg op gaat letten zie je dus wel de hiervoor genoemde punten maar verder valt het niet zo erg op.

B. Zoek een context die lastig is voor kinderen met een andere culturele achtergrond. Pas deze aan en/of geef een voorbeeld van een les, waarin de kinderen geen ‘last’ meer hebben van de context.

In de methode ‘wereld in getallen’ zijn ze heel erg kort en bondig. De opdrachten die erin staan worden duidelijk uitgelegd. Er staan soms wel woorden in waarvan ik denk dat dit wel lasting zou kunnen zijn voor taalzwakke kinderen en waardoor ze dus niet de opdracht kunnen oplossen. Dit zijn een aantal voorbeelden:

Welk glas is het volst? = In welk glas zit er meer?
Je mag het in tussenoplossingen zetten = Je mag het in stapjes opschrijven.

Over het algemeen zijn de teksten kort gehouden dus voor taalzwakke kinderen goed te begrijpen.

C. Analyseer een eigen les op (Multi)culturele kenmerken

Ik moet eerlijk zeggen dat ik in mijn lessen er niet zo echt op let of het multicultureel is. Vaak doe ik het onbewust dat ik er verschillende culturen bij betrek.
Ik heb het in de afgelopen lessen over keersommen gehad. Keersommen vanuit een context. 2 voorbeelden die multicultureel kunnen zijn, zijn:

Er zitten 5 kinderen op school en ze hebben allemaal 6 bananen gekocht. Hoeveel bananen hebben ze samen gekocht?
- Hier is de banaan het multiculturele van de som. Bananen komen uit het buitenland.

4 kinderen gaan op reis naar Afrika en ze mogen ieder 3 koffers meenemen op vakantie? Hoeveel koffers gaan er mee op vakantie?
- vakantie naar Afrika is hier het multiculturele aspect

Zoals ik dus al zei ben ik niet heel bewust met multicultureel bezig bij rekenen. Ik vind dat eigenlijk niet zo heel belangrijk. Het gaat mij er meer om dat ze de sommen gebruiken en niet uit welke cultuur de som of de context komt.

D. Observeer vier rekenzwakker leerlingen; maak een analyse en leg deze vast.

Leerling J, G, T en M zijn bij mij in de klas zwakke leerlingen op het gebied van rekenen. J, G en T hebben alle 3 dezelfde problemen.

- Geen oplossingsstrategien kunnen onthouden.
- Verkeerde oplossingen toepassen
- Niet of nauwelijks kunnen automatiseren
- Hele slechte concentratie
Deze kinderen hebben elke keer weer opnieuw moeite met de opdrachten in het boek. Ze gaan ook alle 3 dagelijks naar de RT-er voor extra hulp. Ik merk wel tijdens de les als ik ze een of een help dat het echt helpt. Dat ze het dan echt begrijpen. De les erna zijn ze alleen weer vergeten hoe ze het hadden aangepakt en opgelost.

De laatste leerling vind rekenen niet leuk. Dit heeft de leerling zelf verteld. Het is een echte dagdromer. Heel snel afgeleid of juist geconcentreerd aan het niks doen. Begint veel te laat met de opdracht en vind het heel veel werk. Is bang om het niet af te hebben en begint er dan maar liever niet aan.