woensdag 7 december 2011

College 2: Kleur, 1-12-2011

Wat is er nieuw?

De manier van lesgeven is wel even aan wennen. Viktor geeft heel goed les alleen best wel een strenge aanpak. Wel verder in voor een geintje af en toe. De discussies in de klas worden ook aardig geminderd. Wel jammer want uit discussies komen vaak wel nieuwe dingen. Aan de andere kant snap ik dat de stof ik de les moet behandeld worden.

Wat heb ik geleerd?

We hebben geleerd wat het woord 'cultuur' nou eigenlijk betekent. Dat we het eigenlijk als vanzelfsprekend ervaren. Maar cultuur is gewoon jou manier van denken, doen en leven. We zijn dieper in gegaan op onze eigen nederlandse cultuur. Die hebben we bekeken van onze eigen belevingswereld. Door bijvoorbeeld te kijken naar: Thuissituatie, binnen en buitenspelen, schoolervaringen en vrienden.

Verder zijn er een aantal belangrijke begrippen voorbij gekomen zoals bijvoorbeeld: Stereotypen, vooroordelen en categoriseren. Met deze begrippen konden we kijken in hoeverre het je belemmerd in je werk als leerkracht.

Wat ga ik doen met de informatie?

Het is best wel lastig om geen vooroordelen over iemand te hebben. Wat je vormt je toch altijd gelijk een beeld bij iemand die je voor het eerst ziet. Bewust of onbewust. Dus dat je er rekening mee moet houden in de werk als leerkracht in logisch maar of het ook lukt is een tweede. Dit wil ik toepassen in de praktijk.

College 1: Kleur, 23-11-2011

Wat was er nieuw?

We hadden een nieuw thema. Het thema 'kleur'. Daarnaast hebben we voor dit thema ook een nieuwe docent toegewezen gekregen. Viktor Philipsen. We gaan aan de slag met het verschil tussen verschillende culturen en geloven. We hebben te horen gekregen wat precies de bedoeling is van dit thema en wat er wordt verwacht. We zijn alle toepassingskaarten af gegaan om te kijken wat we ermee moeten doen. Voor de toets moeten we ons gaan specialiseren in andere culturen. De groep is verdeeld in kleine groepjes en zo gaan we van elkaar leren.

Wat heb ik geleerd dit college?

We hebben ontdekt hoe je erachter kunt komen wat jou talenten zijn. Waar je die vandaan hebt en hoe je die ontwikkelt in de loop van je leven. Hierbij hebben we een werkboekje gemaakt met een aantal hele persoonlijke vragen om er zo achter te komen hoe jij tegenover het multi-culti staat, wat jou talenten zijn en hoe je in het leven staat. Best wel een heftig onderwerp.

Wat ga ik doen met de geleerde stof?

Ik denk dat ik door dit college beter ben gaan nadenken over hoe ik over bepaalde dingen denk en hoe ik aan mijn talenten kom. Dus ik kan deze informatie heel goed gebruiken bij het maken van de zelfanalyse.

Toepassingskaart 9: Rekenen (OK)

A. Analyseer een rekenmethode op (multi)culturele kenmerken.

Er is niet een groot verschil in de plaatjes. Er worden wel meer blanke kinderen of mensen gebruikt dan donkere mensen. Dat valt wel heel erg op. Verder als het over feestdagen gaat, gaat het vaak over pepernoten (sinterklaas) of dat soort dingen. Dat vieren we natuurlijk alleen maar in Nederland dus voor andere culturen totaal onbekend.
Tijdens de winter zie je wel eens een plaatje van een spelend kind in de sneeuw. Dit zien buitenlandse kinderen natuurlijk nooit in het land van herkomst. Ik denk overigens niet dat dit op zal vallen bij andere kinderen.

Over het algemeen is het dus niet cultuurgericht. Als je er heel erg op gaat letten zie je dus wel de hiervoor genoemde punten maar verder valt het niet zo erg op.

B. Zoek een context die lastig is voor kinderen met een andere culturele achtergrond. Pas deze aan en/of geef een voorbeeld van een les, waarin de kinderen geen ‘last’ meer hebben van de context.

In de methode ‘wereld in getallen’ zijn ze heel erg kort en bondig. De opdrachten die erin staan worden duidelijk uitgelegd. Er staan soms wel woorden in waarvan ik denk dat dit wel lasting zou kunnen zijn voor taalzwakke kinderen en waardoor ze dus niet de opdracht kunnen oplossen. Dit zijn een aantal voorbeelden:

Welk glas is het volst? = In welk glas zit er meer?
Je mag het in tussenoplossingen zetten = Je mag het in stapjes opschrijven.

Over het algemeen zijn de teksten kort gehouden dus voor taalzwakke kinderen goed te begrijpen.

C. Analyseer een eigen les op (Multi)culturele kenmerken

Ik moet eerlijk zeggen dat ik in mijn lessen er niet zo echt op let of het multicultureel is. Vaak doe ik het onbewust dat ik er verschillende culturen bij betrek.
Ik heb het in de afgelopen lessen over keersommen gehad. Keersommen vanuit een context. 2 voorbeelden die multicultureel kunnen zijn, zijn:

Er zitten 5 kinderen op school en ze hebben allemaal 6 bananen gekocht. Hoeveel bananen hebben ze samen gekocht?
- Hier is de banaan het multiculturele van de som. Bananen komen uit het buitenland.

4 kinderen gaan op reis naar Afrika en ze mogen ieder 3 koffers meenemen op vakantie? Hoeveel koffers gaan er mee op vakantie?
- vakantie naar Afrika is hier het multiculturele aspect

Zoals ik dus al zei ben ik niet heel bewust met multicultureel bezig bij rekenen. Ik vind dat eigenlijk niet zo heel belangrijk. Het gaat mij er meer om dat ze de sommen gebruiken en niet uit welke cultuur de som of de context komt.

D. Observeer vier rekenzwakker leerlingen; maak een analyse en leg deze vast.

Leerling J, G, T en M zijn bij mij in de klas zwakke leerlingen op het gebied van rekenen. J, G en T hebben alle 3 dezelfde problemen.

- Geen oplossingsstrategien kunnen onthouden.
- Verkeerde oplossingen toepassen
- Niet of nauwelijks kunnen automatiseren
- Hele slechte concentratie
Deze kinderen hebben elke keer weer opnieuw moeite met de opdrachten in het boek. Ze gaan ook alle 3 dagelijks naar de RT-er voor extra hulp. Ik merk wel tijdens de les als ik ze een of een help dat het echt helpt. Dat ze het dan echt begrijpen. De les erna zijn ze alleen weer vergeten hoe ze het hadden aangepakt en opgelost.

De laatste leerling vind rekenen niet leuk. Dit heeft de leerling zelf verteld. Het is een echte dagdromer. Heel snel afgeleid of juist geconcentreerd aan het niks doen. Begint veel te laat met de opdracht en vind het heel veel werk. Is bang om het niet af te hebben en begint er dan maar liever niet aan.

Toepassingskaart 8: Nederlands al tweede taal (OK)



Lessenserie (3 lessen)



Reflectie les 1

- Kinderen waren heel enthousiast, wilde veel weten en vertellen over dit onderwerp.
- Kinderen kenden eigenlijk al veel van dit onderwerp
- Moeilijke woorden werden goed verwoord.
- Sommige kinderen moesten de woorden vaker horen om ze te onthouden.
- Het filmpje werkt heel visualiserend voor de kinderen



Reflectie les 2

- Teksten vinden ze nooit zo heel interessant behalve als het een onderwerp is die hen aanspreekt, dat was dit onderwerp
- Ze zijn heel enthousiast als het gaat om voorlezen in de klas, dat willen de meeste graag doen.
- In sommige groepjes merkte ik dat er onenigheid was over wie wat ging vertellen. Degene met het grootste woord mocht steeds als eerste vertellen
- Bij andere groepjes ging het heel verdeeld en eerlijk.



Reflectie les 3

- Ik merkte dat het enthousiasme beduidend minder was omdat het de derde les is dat we het over hetzelfde hebben.
- Ze weten het nu zo goed als dus minder interesse
- Bij de tekenopdracht waren ze weer bij de les. Ze vonden dit een leuke doe opdracht.
- Zelfs het schrijven van de woorden vonden ze nu niet erg meer.

Het win-win model

- De leerlingen raken meer gemotiveerd door minder problemen met moeilijke teksten.
- De kennis neemt toe.
- Schoolse taalvaardigheid neemt toe.

Doordat je heel goed nadruk legt op de betekenis van de woorden gaan de kinderen ook de zaakvakken goed begrijpen. Je kan wel een les zomaar geven maar dat begrijpen de kinderen niet waar het over gaat. Ik ben dus wel van mening dat het win win model werkt. Ik denk ook dat je er onbewust al mee bezig bent. Je plukt moeilijke woorden er altijd wel uit om die even nader te verklaren. Ik vind niet dat het hele model altijd helemaal uitgevoerd moet worden. De inhoud van de les moet er ook niet onder lijden.

Toepassingskaart 7: De wereld door de ogen van...

Bekijk vanuit de ogen van een kind jouw toebedeelde bevolkingsgroep. Stel je voor dat dit kind in jouw klas zit. Stel je voor dat dit kind in je klas zit. Maak een verslag waarin je een beeld geeft van jouw leerling. Maak bij de keuze van jouw kind een betekenisvolle koppeling met jouw specialisatie Jonge kind of Oudere kind.

Florian zit in een klas waarin geen andere culturen vormen. Daarom hebben we deze opdracht deels samen gedaan. Ook hebben we samen met Melissa en Kevin een presentatie gegeven in de klas over Antillianen. We zullen het in het eerste deel van de toepassingskaart hebben over een Antilliaans jongetje in de stage klas van juf Linsey. Hij zit in groep 6 en komt van Curaçao.
In je uitwerking kunnen de volgende vragen richting geven:

- Wat komt hij/zij tegen in onze bassischool, thuis, de wijk, enz?
Hij komt veel jongeren tegen op straat, van dezelfde leeftijd maar ook zeker oudere jongens. Dat zorgt ervoor dat E zich snel ouder gaat gedragen. In de klas kan hij een stoorzender zijn bij bepaalde lessen. Daardoor is hij niet altijd even geliefd bij zijn mede klas genoten. Wel scoort hij hoge punten bij zijn resultaten, hij kan wel goed meekomen met het niveau van de klas.

- Hoe gaat hij om met verschillen in opvoeding?
Hij wordt in Nederland alleen opgevoed door zijn moeder, zijn vader en broers zitten nog op de Antillen. Het voorbeeld figuur van een vader mist, en wanneer we kijken naar zijn gedrag, lijkt het alsof zijn moeder het overwicht in het gezin mist.

- Welke kansen heeft hij?
Hij heeft grote kansen hier in Nederland, wel moet hij leren de kansen te pakken. Hij heeft hoge cijfers op school, wanneer hij door zou willen studeren na het voortgezet onderwijs zou dat vanuit hem zelf moeten komen.
Om de kansen van het kind te vergroten: Moeten scholen bereikbaar zijn, Toekomstperspectief, De moeders, Culturele achtergrond en respect.

- Welke vormen van beeldvorming kan hij tegenkomen?
Dit is de beeldvorming die Nederlanders over Antillianen hebben:
In de Antilliaanse opvoeding heb ik geen bijzondere verschillen gevonden tussen de opvoeding van een jongen en de opvoeding van een meisje. Wel is de betrokkenheid van familie bij de opvoeding een belangrijk kenmerk. In de Antilliaanse cultuur is het niet gek dat familieleden bij elkaar wonen en elkaar helpen met de opvoeding.
Vooral bij de iets oudere generatie komt het vaak voor dat de moeders ‘alleen staan’ in het ouderschap (alleen staan staat in dit geval tussen haakjes omdat de moeder vaak terug kan vallen op de familie). Het komt vaak voor dat de vader na een aantal jaar teruggaat naar de Antillen.

Uit onderzoek is gebleken dat het opbouwen van zelfvertrouwen/zelfbeeld/zelfrespect in de opvoeding vaak niet helemaal goed doorkomt. Mogelijk is dat de reden dat het werkloosheidscijfers onder Antillianen zo hoog is. Daarbij zou dat ook de reden kunnen zijn van het hoge criminaliteitscijfer onder Antilliaanse bevolkingsgroepen (na de Angolezen het hoogste percentage van verdachten van misdrijven).

- Hoe kijkt het kind aan tegen zijn cultuur en levensbeschouwing?
Wij denken dat het voor E gewoon is hoe zijn thuissituatie in elkaar steekt. Wel heeft E er veel moeite mee dat zijn vader en broers nog wonen in Curaçao. De cultuur van de Antillianen is ook veel terug te vinden in E. Hij zal dus ook een positief beeld hebben over zijn eigen cultuur.

- Welke invloed heeft cultuur en/of levensbeschouwing op de ontwikkeling van jouw leerling?
E. doet goed mee tijdens de levensbeschouwingslessen, ook geeft hij een open houding naar de andere culturen binnen de klas. Linsey noemt een perfect voorbeeld: ‘’Tijdens het kerstdiner was hij erg benieuwd naar de andere culturen en hun eet gewoontes, hij stond daarvoor open en heeft veel verschillende dingen geproefd’’.

- Hoe beleeft het kind zijn omgeving?
We vinden dit moeilijk te benoemen. Wel kunnen we het voorbeeldgeven bij een van de onderwijsprincipes. ‘’Het consequent zijn’’
De Antillianen zijn niet bewust met opvoeden bezig. De ouders voeden hun kinderen gevoelsmatig op. De ene keer mag dit wel en de andere keer mag het niet. Het komt vaak voor dat familieleden en kennissen, die bij de ouders inwonen of in de buurt zijn, de kinderen ook opvoeden. Hierdoor krijgen de kinderen soms tegenstrijdige aanwijzingen in wat ze wel en niet mogen doen. Dit is wel in een groot contrast met de opvoeding op school, daarbij zijn vaste waarde en normen en IEDEREEEN moet zich daar aan houden.

Het is voor E soms moeilijk te begrijpen waarom iets niet mag, hij wil ook graag het laatste woord hebben. Het consequent zijn in de klas is dus een belangrijk principe voor E.

Zoek vervolgens uit wat dit betekend voor jou als leerkracht! In je uitwerking kunnen de volgende vragen richting geven:
- Welke mogelijkheden heb je en moet je zoeken om dit kind in zijn ontwikkeling op de verschillende gebieden te ondersteunen, zodat het adequaat kan ontwikkelen?

We hebben gekeken naar de grootste verschillen tussen de Antillianen en de Nederlanders om hier antwoord op te geven. De verschillen zijn;

1. De kindertijd, de tijd van onbezorgd kindsheid, past meer bij een welvarende, westerse samenleving dan bij een niet-westerse samenleving met hoge werkeloosheid en- levensstandaard. In de niet-westerse samenlevingen hebben kinderen naast een psychologische vaak ook een economische waarde voor de ouders. Kinderen krijgen soms op vroege leeftijd huishoudelijke taken en werktaken opgedragen binnen het gezin

2. Het tweede grote verschil staat eigenlijk al in de eerste. De meeste gezinnen in Nederland hebben een veel hoger inkomen dus kunnen dat makkelijker gebruiken bij de opvoeding. Goede voeding, kleding en hygiëne. Ondanks dat ze minder hebben proberen ze er wel voor te zorgen dat de kinderen er altijd verzorgd bij lopen.

3. School, de meeste ouders in gezinnen hebben de school niet afgemaakt dus vinden het ook niet zo’n groot probleem als hun eigen kinderen school ook niet afmaken. Wij hebben hier een leerplicht. Wij moeten wel naar school.
- welk leerkracht gedrag is noodzakelijk?
- consequent zijn, het geven van duidelijke instructie, een kind aanspreken op z’n gedrag, een goed contact tussen ouder en leerkacht.

- hoe ga je om met discriminatie?

We hebben een goed project gevonden op internet om te kijken hoe je om moet gaan met de verschillende culturen binnen de klas en discriminatie tegenhoud. (Zie link)
http://www.letop.be/projecten/leerzorg/Chapters/Hoofdstuk%207%20-%20Map%20leerzorg.pdf

- Welke rol spelen de ouders?
De ouders vinden de scholing niet erg belangrijk, daarom is het belangrijk dat de ouders er goed worden over geïnformeerd. De ouders vinden het moeilijk om een band te krijgen met school, daarom zal de school daar een belangrijke rol in moeten vinden. Als de ouders gemotiveerd zijn voor de school van hun kind, zijn kinderen vaak ook meer gemotiveeerd.

- Wat heb je nodig om je werk goed te kunnen doen? Wat kan de school voor jou betekenen? wat kan de overheid voor jou betekenen?
Contact ouders en school
Praktische en financiële steun
Steun bij de opvoeding
Gebrekkige aansluiting tussen gezin en andere instituties.
Deze genoemde punten moeten worden behandeld door verschillende instanties: de school, de overheid, de ouders, de kinderen.

Toepassingskaart 6: Interculturele communicatie


Je interviewt je mentor over interculturele communicatie (met name oudergesprekken) met behulp van de door jullie opgestelde ‘adviezen ter voorbereiding voor een goed intercultureel gesprek.’
Is jou stageschool geen zgn. (binnen)stadschool in een zwak sociaal-economische (of multiculturele) wijk dan maak je een afspraak met een jaargenoot die daar wel stage loopt om samen het interview af te kunnen nemen.


In themabijeenkomst 4 ‘interculturele communicatie’ heb je in je klas ’adviezen voor een goed intercultureel gesprek ’ opgesteld.

De belangrijkste punten waar je op moet letten volgens Linsey en mij zijn:
- Voordat je gaat beginnen moet je een veilige sfeer in de klas creëren.
- De ouders en de leerkracht moeten samen een oplossing bedenken.
- De leerkracht spreekt geen spreektaal maar een makkelijke taal, dat te begrijpen is voor de ouders van een andere herkomst.
- De leerkracht moet zich betrokken voelen bij de ouders.
- LSD, luisteren, samenvatten en dan doorvragen
- Plan voor de toekomst opstellen
- Laten weten dat het aandacht naar het kind toegaat. (Privé en naar de ontwikkeling van het kind)

Je maakt een afspraak met je mentor of met de mentor van en via een jaargenoot om in een interview je geformuleerde adviezen voor te leggen. Doel van het interview is het realisatiegehalte van je adviezen te bespreken, bevestigd te zien en/ of te komen tot eventuele aanpassingen.
Florian zijn stageschool past niet goed bij deze toepassingskaart. Daarom zullen we dit interview samen houden op de stageschool van Linsey

Je verwerkt de uitkomsten van het interview in je interview verslag en plaatst deze in je digitale thema map.
Florian, Linsey en de stage mentor van Linsey zijn het eigenlijk met elkaar eens over de punten. We hebben ook een gesprek in de klas met een ouder mogen meebeleven. De moeder van het jongetje in de klas spreekt alleen Spaans. Er zat een oudere zus bij die het wilde vertalen. We bespreken de volgende punten;

- Voordat je gaat beginnen moet je een veilige sfeer in de klas creëren. Je moet de ouders laten weten dat je blij bent dat de ouders in de klas zijn.
- De ouders en de leerkracht moeten samen een oplossing bedenken. Wanneer je als leerkracht met een oplossing voor een probleem komt, moet je laten weten waarom die oplossing zou werken. Het is belangrijk dat de ouders het snappen en ook hun mening daarover kunnen geven.
- De leerkracht spreekt geen spreektaal maar een makkelijke taal, dat te begrijpen is voor de ouders van een andere herkomst. Wanneer je let op je taal zal je merken dat je automatisch spreekwoorden/moeilijke woorden zult gebruiken. Let erop wanneer je die gebruikt, en verbeter jezelf. Aan de ouders hun gezichten valt vaak al te zien of ze het snappen.
- De leerkracht moet zich betrokken voelen bij de ouders. Het is erg belangrijk dat de leerkracht laat weten dat hij luistert naar de ouders. De methode van LSD zou dus van toepassing kunnen zijn. (luisteren, samenvatten en doorvragen).
- Plan voor de toekomst opstellen. Wanneer je verteld hoe je het gaat aanpakken, maak dan duidelijk wie wat moet doen. Een goede oplossing is vaak een combinatie van veranderingen op school en thuis. Als je een plan bedenkt leg dan ook goed uit waarom je heb gekozen voor bepaalde opties.
- Laten weten dat het aandacht naar het kind toegaat. (Privé en naar de ontwikkeling van het kind). Vertel vooral aan het einde van het gesprek dat dit het beste is voor het kind. Dat hij of zij uiteindelijk er iets aan zal hebben. Niet alleen voor op school maar ook voor privé.
Maak een foto van het interview (ter bewijs) en voeg die toe aan je interview verslag.
De foto werd niet erg gewaardeerd, we hebben dus slechts een klein deel van Theo op de foto.

Toepassingskaart 5: Artikelen en stellingen

Je verzamelt vijf recent verschenen artikelen rondom de thematiek van de multiculturele samenleving. Je leest de artikelen grondig door en schrijft per artikel en kort commentaar.

1. Verzamel vijf artikelen die inhoudelijk passen bij het thema Kleur. Kies artikelen die in de afgelopen vijf jaar zijn verschenen. NB. Let op de kwaliteit van je bron. Gebruik bijvoorbeeld niet de spits of metro. Ook op het internet zijn de nodige artikelen te vinden bijv. via de volkskrant.nl, NRC.nl of Elsevier.nl. Vermeld altijd waar dit artikel vandaan komt.

(M. Verhagen, 2011), (NOS , 2010), (Elsevier, 2011), (Dagblad, 12), (Ramlal, 2011)

2. Lees de door jou geselecteerde artikelen grondig door.

Dagblad, A. (12, 1 11). AD. Opgeroepen op 1 27, 12, van CDA maakt ruk naar links: http://www.ad.nl/ad/nl/1012/Binnenland/article/detail/3114765/2012/01/11/CDA-maakt-ruk-naar-links.dhtml

Elsevier. (2011, 6 16). Elsevier. Opgeroepen op 1 27, 2012, van Donner: Afscheid van multiculturele samenleving: http://www.elsevier.nl/web/Nieuws/Politiek/300160/Donner-Afscheid-van-multiculturele-samenleving-Nederland.htm

M. Verhagen. (2011, 02 17). Republiek Allochtonie. Opgeroepen op 01 27, 2012, van Multiculturele samenleving is een mislukkig: http://ra.2see.nl/maxime-verhagen-multiculturele-samenleving-is-een-mislukking

NOS . (2010, 10 16). NOS Nieuws. Opgeroepen op 1 27, 2012, van Merkel:Multiculturele samenleving mislukt: http://nos.nl/artikel/191835-merkel-multiculturele-samenleving-mislukt.html

Ramlal, S. (2011, 3 13). Joop. Opgeroepen op 1 27, 2012, van Erken dat de multuculturele samenleving een feit is: http://www.joop.nl/opinies/detail/artikel/erken_dat_de_multiculturele_samenleving_een_feit_is/

3. Schrijf bij elk artikel een kort commentaar aan de hand van de volgende vragen:

(Dagblad, 12),
- Waar gaat dit artikel in grote lijnen over?

Het gaat over de veranderingen binnen het CDA. Er wordt gezegd: Regeringspartij CDA maakt zich op voor een ruk naar links. Aanpassing van de hypotheekrente is onvermijdbaar, er moet minder aandacht komen voor 'culturele verschillen' tussen allochtonen en autochtonen. En de partij wil duurzaamheid hoger op de agenda zetten.

- Waarom heb je dit artikel gekozen? Wat sprak jou aan?
Een van de grote aanpakken binnen het CDA is dus de culturele verschillen binnen Nederland. Dat spreekt mij aan. Ik heb het gekozen omdat ik zelf in sommige gevallen ook vind dat bij de culturele verschillen binnen Nederland minder aandacht naar toe hoeft te gaan. Wanneer de aandacht in sommige gevallen minder zal zijn bij de verschillen, zullen bepaalde problemen worden opgelost.

- Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?
Dit artikel heeft mijn mening niet verandert. Het heeft het wel redelijk bijgesteld. Ik ben namelijk meer gaan beseffen hoe de verschillen tussen culturen vragen naar aandacht binnen de Nederlandse maatschappij, is dat wel nodig? Er zijn tenslotte ook veel mensen die zich meer Nederlander voelen als ‘Marokkaan, Surinamer, Turk etc.’

(Elsevier, 2011)
- Waar gaat dit artikel in grote lijnen over?

Het gaat over een radicale verandering binnen het integratiebeleid, zo is de migrant zelf verantwoordelijk voor het integreren in plaats van de Nederlandse maatschappij.
Het artikel zegt: Het kabinet neemt met dit voornemen afscheid van Nederland als multiculturele samenleving, staat in de brief. Een meer verplichtend integratiebeleid is nodig om te voorkomen dat de samenleving uit elkaar groeit. Het integratiebeleid zal niet meer zijn toegesneden op verschillende groepen.

- Waarom heb je dit artikel gekozen? Wat sprak jou aan?
Dit artikel heeft me aan het denken gezet over de eigen inzet van de migranten, wanneer je Nederland binnen komt, wordt er veel voor je geregeld. Tijdens mijn stage op de Toermalijn zijn er meerdere leerlingen nieuw op school gekomen die nog geen half jaar in Nederland wonen. Het onderwerp van dit artikel staat dus dicht bij mij.

- Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?
Dit artikel heeft mijn mening niet verandert. Het heeft het wel redelijk bijgesteld. Ik ben meer gaan beseffen hoe belangrijk het is dat migranten hun eigen inzet tonen bij het integreren in de Nederlandse samenleving.

(M. Verhagen, 2011)
- Waar gaat dit artikel in grote lijnen over?
Dit artikel gaat over dat het multiculturele Nederland, het ‘échte’ Nederland heeft verwaterd. Maxime Verhagen haalt meerdere problemen die in Nederland zijn omhoog in dit artikel.
Het artikel zegt: Verhagen stelt dat het integratieproces van immigranten heeft gefaald. Volgens Verhagen zou de inburgering van nieuwkomers zich veel meer richten op Nederlandse ‘normen en waarden’. Ook zijn Nederlanders te weinig trots op hun land.

- Waarom heb je dit artikel gekozen? Wat sprak jou aan?
Dit artikel sprak me veel aan. Is het echt zo dat ‘’de Nederlandse’’ maatschappij verdwijnt? Of is het slechts een verandering door de tijd. Het is immers zo dat globalisering een steeds belangrijker begrip is.

- Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?
Dit artikel heeft mijn mening niet verandert of bijgesteld. Het is wel zo dat dit artikel mij aan het denken heeft gezet over de andere meningen die in Nederland zijn over de multiculturele samenleving. Ik ben van meninig dat wanneer we goed leren omgaan met multiculturaliteit het alleen maar positieve waarde kan hebben voor ONS land.

(NOS , 2010)
Waar gaat dit artikel in grote lijnen over?

Dit artikel gaat over de multuculturaliteit in Duitsland. Volgens Merkel is dat in Duitsland al mislukt. "Het idee om een multiculturele samenleving te bouwen en naast elkaar te leven, is mislukt."
Het artikel zegt: Merkel benadrukte dat immigranten meer moeten doen om goed te integreren. "Iedereen die niet meteen Duits spreekt, is niet welkom", aldus Merkel.

- Waarom heb je dit artikel gekozen? Wat sprak jou aan?
Dit artikel sprak me veel aan. Het ging dit keer eens niet over Nederland. Het is een artikel over de multiculturaliteit in Duitsland. Het probleem is dus niet alleen in Nederland maar in meerdere West-Europese landen. Maar is het daadwerkelijk wel een probleem? Of is het iets waar we een probleem van maken als we geen veranderingen toepassen. Het geven van oplossingen zal nu vanaf beide kanten moeten komen, de inwoners van het West-Europese land en de migranten.

- Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?
Dit artikel heeft mijn mening niet verandert, het heeft wel mijn mening vergroot. De mening die ik heb over een multiculturele samenleving is niet alleen geldig over Nederland, maar dus over een groot deel van West-Europa

(Ramlal, 2011)
- Waar gaat dit artikel in grote lijnen over?

Dit artikel gaat over de andere kant van het verhaal. Dit is een artikel die juist komt van de kant van de migranten. Het gaat erover dat een groot deel van de migranten in Nederland al lang een Nederlander zijn. Het is dus ook niet van verdere toepassing dat veel jongeren twijfelen of ze deel uit maken van de ‘’Nederlandse’’ maatschappij.
Het artikel zegt: Erken dat de multiculturele samenleving een feit is

- Waarom heb je dit artikel gekozen? Wat sprak jou aan?
Dit artikel sprak me veel aan. Het ging dit keer eens over de andere kant. Als je ergens een mening over wilt geven is het goed om vanaf meerdere kanten het verhaal te horen. Het artikel geeft de werkelijkheid weer, terwijl de andere artikelen vaak overhellen naar één kant van het verhaal.

- Hoe heeft dit artikel jouw mening over het onderwerp bijgesteld of zelfs veranderd?
Het artikel heeft mijn mening niet verandert. Het heeft slechts meer duidelijkheid gegeven over de andere kant van het verhaal. Ik ben het met dit artikel eens. Het is immers zo dat mensen moeten leren accepteren dat ze in een multiculturele samenleving leven.

4. Formuleer bij elk artikel een stelling. De stelling geeft jouw mening / visie ten aanzien van het artikel weer.

(Dagblad, 12) → Er moet minder aandacht komen voor 'culturele verschillen' tussen allochtonen en autochtonen

(Elsevier, 2011) → mogen er eisen worden gesteld aan immigranten? Mogen er eigen worden gesteld aan DE ‘’Nederlandse’’ burger?

(M. Verhagen, 2011) → Verhagen stelt dat het integratieproces van immigranten heeft gefaald. Faalt Nederland? Falen DE immigranten?

(NOS , 2010)→ "Het idee om een multiculturele samenleving te bouwen en naast elkaar te leven, is mislukt." Mislukt of verandert?

(Ramlal, 2011) → Erken dat de multiculturele samenleving een feit is. Samenleven is de oplossing.

Toepassingskaart 4: Praktijkanalyse

Je beschrijft het reilen en zeilen op een binnen stadsschool in een zwak sociaaleconomische wijk. Je hebt in je beschrijving aandacht voor o.a. visie en doelstellingen, sociaal economische achtergronden, culturele verschillen, leerlingen populatie, samenwerking tussen school en ouders, netwerk rondom de school (onderwijsondersteuning, gemeentelijke diensten, wijkcentrum, onderwijsinhouden etc. )

1. Je bestudeert het schoolplan. Je beschrijft de visie van de school. Hoe ziet de school haar taak of rol in de wijk?

De website zegt: Toermalijn is een open katholieke school, waar iedereen die onze levenshouding en uitgangspunten respecteert, welkom is. Wij zijn de school-om-de-hoek; een school voor alle gezinnen in de wijk. Bij ons op school komen kinderen samen van allerlei origine. Die ontmoeting van kinderen en ouders beschouwen wij als een buitenkans in een tijd waarin velen de wereld bereizen om andere mensen en hun culturen te ontmoeten. Bij ons op school leren kinderen daardoor ook van elkaar.

Toermalijn wil een ‘brede school’ zijn voor alle gezinnen in de wijk. Ons reguliere aanbod is verrijkt met het Leerkansenprofiel; dat geeft onze leerlingen extra ontwikkelingskansen. Samen met de voorziening van buitenschoolse opvang maakt dat onze school reeds tot een brede school

2. Je beschrijft de sociaal-maatschappelijke omgeving waarin de school zich bevindt:

De website zegt: Toermalijn is een kwaliteitsschool bij u in de wijk. Toermalijn vindt het belangrijk om een gemengde buurtschool te zijn, kinderen met verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden voelen zich bij ons thuis. We zetten ons samen met ouders in om een echte afspiegeling van de wijk te zijn en nemen actief deel aan de activiteiten van het project ‘School om de hoek’ van de gemeente Den Haag.

De school staat in een wijk waarin veel andere culturen zichzelf thuis voelen, de Toermalijn vind het dan ook erg belangrijk dat terug te vinden is binnen de school.

De schoolgids zegt: Onze identiteit is wordt ookgekenmerkt door de sfeer op school, waarin iedereen zich thuis en veilig voelt, en de mogelijkheid heeft zichzelf te zijn. Respect en vertrouwen zijn kernwaarden voor kinderen en leerkrachten. Wij vinden het belangrijk dat ook ouders openheid ervaren, en weten dat hun inbreng gewaardeerd wordt.

3. Je brengt de leerling populatie van de school in kaart. Je geeft een beeld van de opbouw van de schoolbevolking. Denk hierbij aan:

* Etnische achtergronden

* Sociale-economische positie

* Gezinssamenstelling

* Thuistaal

Op de Toermalijn zitten ongeveer 180 leerlingen. Dat is een vrij kleine school, zeker wanneer je kijkt naar de hoeveelheid ruimte ze bezitten. De leerlingen zijn van verschillende achtergronden. De meest voorkomende culturen op de school zijn; Antilianen, Surinamers, Turken, Marokkanen en

Polen. Maar in totaal hebben we het over meer dan 20 verschillende culturen die binnen de school zichzelf bevinden. De sociaaleconomische positie binnen de school is ook erg verschillend. Er zitten meerdere leerlingen op de school die moeten leven van de bijstand, maar daarin tegen zitten er ook veel leerlingen op school die van wat verder weg komen en die iedere dag met de auto worden afgezet. (Bijna) iedere leerling op de Toermalijn spreekt thuis een andere taal, de moedertaal. Daardoor hebben veel leerlingen een Nederlandse taalachterstand.

4. Je geeft de manier van samenwerken aan tussen school en

* Ouders

* Onderwijsondersteuning

* De wijk


Website zegt: U als ouder vertrouwt uw kind(eren) dagelijks aan ons toe en wij voelen ons daardoor mede verantwoordelijk voor het wel en wee van uw kind. Daarom vinden wij een goed en regelmatig contact met u heel belangrijk. Kinderen doen het op school bovendien beter, naarmate ouders meer belangstelling tonen voor hun onderwijs! Toermalijn informeert en betrekt ouders actief bij het onderwijs aan uw kind(eren).

De ouders van de kinderen worden zeer betrokken bij de school, ook binnen de wijk wordt de school betrokken. Bijvoorbeeld de activiteiten binnen de school plaatsvinden, en (deels) door de wijk worden georganiseerd.

5. Je geeft aan welke specifieke activiteiten en vaardigheden het onderhouden van dit netwerk van een leerkracht vraagt. Interview hierover bijvoorbeeld iemand binnen de school die mede verantwoordelijkheid draagt voor deze activiteiten.

Voor dit onderdeel hebben we een gesprek gevoerd met Ruud. Ruud is de gymleerkracht van alle leerlingen op de Toermalijn. Ook is hij hoofd verantwoordelijk voor de TOS-Lessen. De TOS-Lessen zijn lessen waarin talenten van kinderen worden ontplooit, bijvoorbeeld toneel, dans, muziek en beeldende vorming. De leerlingen zijn mede verantwoordelijk welke TOS-lessen ze gaan volgen. Daarvoor wordt een gesprek gevoerd tussen leerling en leerkracht. Bij de TOS-Lessen staat de taalontwikkeling van de kinderen voorop.

Ruud verteld dat de leraren vooral moeten beschikken over flexibiliteit en consequentie. Voor de leerlingen is het soms lastig te begrijpen naar wie ze moeten luisteren. Er zijn afspraken gemaakt over de regels binnen de school. Wanneer iedereen zich consequent daaraan houdt zullen de leerlingen weten waar ze aan toe zijn. De leerkrachten hebben de flexibiliteit vooral nodig bij de Toermalijn omdat er nog wel eens wat kan veranderen in de dag planning, dat heeft alles te maken met het grote team waar we mee samen werken. We willen graag met vakleerkrachten samenwerken, daarbij zullen we ons flexibel moeten opstellen.

6. Je bekijkt een aardrijkskunde- en geschiedenismethode en geeft de mate van interculturaliteit aan.

Op de toermalijn werken ze niet met aardrijkskunde en geschiedenismethodes. Ze werken met thema’s. De thema’s worden zo ontworpen dat woordenschatontwikkeling een belangrijk onderdeel daarvan uit maakt. De interculturaliteit komt slechts in enkele thema’s naar voren. Wel is het vaak een onderdeel van de introductie van een thema.

Toepassingskaart 3: De wijk in!





De wijk in!

Opdracht A: bezoek aan een (binnen)stadsschool


Je brengt een bezoek aan een (binnen)stadsschool in een zwak sociaaleconomische wijk. Je verzamelt op de volgende wijze informatie:

1. Interview tijdens je bezoek één of meerdere leerkrachten. Wat zou je van hen willen horen/weten? Formuleer vooraf enkele vragen.


Vragen aan de medewerkers op school:

* Hoe zou u de buurt van de school omschrijven?

* Van welke afkomst komen de leerlingen van deze school? (Nationaliteiten)

* Hoe wordt er contact gehouden met de ouders?

* Wat voor instellingen zijn er rondom de school waar de leerlingen gebruik van kunnen maken? (bibliotheek, spelotheek, word er ook gebruik van gemaakt?)

* Hoe worden de instelling en school bekostigd? (ouderbijdrage, bijdrage vanuit de gemeente, meer geld per leerling?)

* Wat wordt er aan de veiligheid gedaan rondom de school?

* Wat maakt volgens u het verschil tussen deze school en de andere scholen in de buurt?

2. Maak tijdens het bezoek een start met de ‘Praktijkanalyse’-opdracht. Zie voor de precieze instructie toepassingskaart 4.

Zie toepassingskaart 4

3. Leg je bevindingen (m.b.t. de 6 aandachtspunten op toepassingskaart 4!) vast in maximaal 3 A4-tjes.


Schoolplan, de visie van de school is goed terug te vinden binnen de school. De visie van de Toermalijn: ‘Toermalijn staat voor kwaliteit en vernieuwend onderwijs bij u in de buurt’. De kwaliteit van het onderwijs is vooral te zien binnen de leerkrachten. De school beschikt over een groot aantal vakleerkrachten, waarbij de kwaliteit en vernieuwde toepassing van de leerstof vooraan staat.

Schoolbevolking, de bevolkingssamenstelling is anders in de buurt als in de school. Wanneer je naar de school zal kijken denk je dat de school staat in een wijk waarin geen Nederlanders wonen, dit is in tegendeel niet zo. De school staat in een wijk met veel verschillende culturen waar ook de Nederlanders een deel van uit maken. De school trekt wel steeds meer Nederlandse kinderen aan, maar in de bovenbouw is daar nog niet veel van te zien. De kinderen op de Toermalijn spreken bijna allemaal twee talen, de taal die thuis gebruikt wordt is dan ook vaak de moedertaal. (Marokkaans, Turks, Spaans, Pools of zelfs Chinees)

De leerling populatie de sociaaleconomische positie en gezinssamenstelling is wel verschillend binnen de school. De kinderen komen uit alle verschillende economische achtergronden. De school daarin tegen heeft een positief financieel beeld. Door de verschillende middelen die de school te bieden heeft, krijgt de school weer kansen. De school beschikt over een eigen theaterzaal, knutselateliers, ouderkamers, schooltuin en een eigen gymzaal.

Samenwerking school en ouders, de school werkt veel samen met de ouders. Als je de school binnenloopt zie je meteen verschillende posters die de ouders uitnodigen. De uitnodigingen kunnen zijn voor de verschillende cursussen die te doen zijn binnen de school (zoals bijv. Yoga, kooklessen van andere culturen, zumba etc.) maar ook uitnodigingen voor spreekavonden. De school werkt veel samen met de buurt en omgeving. Dat zorgt er ook voor dat de school voor iedereen een veilige plek is om te komen.

Leerkracht, de leerkrachten die op deze school werken moeten helpen bij het onderhouden van dit netwerk, dat doen ze onder andere door het openstaan voor iedereen. De verschillende vakleerkrachten worden begeleid door leerkrachten. Een belangrijke vaardigheid die je als leerkracht moet hebben om op deze school te kunnen werken is flexibiliteit, ook de consequentie naar de kinderen is erg belangrijk.

Interculturaliteit, is een algemeen begrip. Het is een moeilijk model om te meten. Wel is het duidelijk wanneer je de school binnen loopt dat hier meerdere culturen zich thuis moeten voelen. De culturen zijn dan ook volop aanwezig binnen de school. De leerkrachten zijn over het algemeen van Nederlandse afkomst, de leerlingen zijn in het algemeen van een andere afkomst. Vaak wel zelf in Nederland geboren, maar ook veel kinderen die pas 1,2 of 3 jaar in Nederland zijn.

4. Maak een foto van je bezoek (ter bewijs).


Opdracht B: Maken van een wijkwandeling

Je gaat een wandeling maken in de wijk waarin de school ligt. Je wandelt in groepsverband door een zwak sociaaleconomische wijk in grootstedelijk gebied. Aan de hand van de onderstaande observatiepunten maak je een beschrijving van de wijk. Doe dit niet zo nauwkeurig mogelijk, zodat de lezer zich makkelijk een beeld van de wijk kan vormen. Wat valt je op? Wat is kenmerkend voor de wijk?

Wanneer je binnen de wijk loopt zie je veel verpaupering. De huizen zijn oud, en vaak niet goed onderhouden. Toch heerst er over straat een veilige sfeer. Dat zou kunnen komen door het weer. Het weer is vandaag goed en veel mensen zijn buiten. In de wijk is niet veel natuur te vinden, ook de planten en bomen in de tuinen zijn meestal oud en niet bijgehouden. Het missen van de vogels en andere gedierte is dus ook geen vreemde zaak.

Het valt wel op dat er veel afval te vinden is op straat, het missen van de openbare prullenbakken is dus goed te merken. Op de Toermalijn te horen gekregen dat het afval ook één maal per week word opgehaald, iedereen zet zijn afval dan op de stoep en in de ochtend komt er een vuilniswagen het afval ophalen. Ook het vegen van de straat zou wat meer mogen worden gedaan. Ik krijg de indruk dat aan de gemeenschappelijke activiteiten per straat niet veel wordt gedaan. Het vegen van de straat zal dan ook echt moeten gebeuren door de gemeente Den Haag.

Ook valt het mij erg op dat (bijna) overal de gordijnen dicht zitten, dat zorgt er voor dat je een idee krijgt dat er in de wijk weinig wordt geleefd. Ook zijn er enkele speeltuinen binnen de wijk waar wij nu lopen. Daar zie je wel kinderen spelen maar vaak alleen. Wel heeft Linsey gehoord dat in haar klas veel kinderen pas buitenspelen na het eten. En wanneer je gaat kijken naar de schooltijden van de Toermalijn is dat wel logisch, de kinderen zitten op school van half negen tot half vijf. Ook zijn er veel kinderen in de klas die zeggen dat ze bijna nooit buiten spelen. Wanneer je kijkt naar de omgeving van de wijk kunnen we dat in sommige gevallen wel begrijpen.

De school zelf staat langs een drukke weg, de Beeklaan. Daar rijdt continue verkeer doorheen; auto’s, de tram, fietsers, motoren en veel voetgangers. Ook zie je dat hier veel gebeurt, de straat leeft. Zeker wanneer we dit vergelijken met de wijk die daarachter ligt. Wel wordt er hard gereden, ondanks dat het een drukke straat is en er een school direct aan de straat grenst. Met de school zelf hebben ze wel groen proberen de wijk in te krijgen. Voor de school is er een kleine schooltuin aanwezig. Die hebben de leerlingen van de leerlingenraad zelf ontworpen.

De winkels in de buurt van de buurt van de Beeklaan zijn vooral winkels waar je spullen, eten en drinken kan kopen vanuit andere culturen. Door de populatie van de school is het wel duidelijk dat er veel verschillende culturen binnen de Beeklaan leven. De winkels zijn meestal aangekleed met spullen die uit de andere culturen komen. De culturen die binnen de wijk te vinden zijn: Antilianen, Surinamers, Marokkanen, Turken, Nederlanders, Polen, Bulgaren, Chinese en Japanners. Je ziet ook meerdere religieuze instellingen binnen de wijk, zoals bijvoorbeeld: De Katholieke kerk, de moskee en een synagoge. Ook zijn er andere basisscholen binnen de wijk te vinden, o.a. een Islamitische school.



Opdracht C: Bezoek aan tempel, moskee of synagoge.

Je brengt in groepsverband een bezoek aan minimaal één gebedshuis in de wijk. Je kiest uit: een synagoge, of moskee of tempel. Maak vooraf een afspraak met de beheerder van het gebedshuis. Verdiep je vooraf in de betreffende religieuze stroming. Bedenk als groep welke vragen je tijdens het bezoek zou willen stellen. Maak ook bij dit onderdeel weer een bezoekverslag. Waarin je beschrijft hoe het bezoek verliep. Gebruik voor het verslag maximaal 2 a4tjes. Maak een foto van je bezoek ter bewijs.

Vragen aan de rondleider in het gebedshuis

* Wat betekent dit geloof voor u?

* Wat is er bij u thuis te vinden van dit geloof?

* Probeert u dit geloof over te brengen op andere?

> Zo ja, op welke manier?

> Zo nee, waarom niet?

* Wat voelt u wanneer u dit gebedshuis bezoekt?

* Welke mensen bezoeken dit gebedshuis?

* Hoe vaak bezoeken mensen dit gebedshuis?

Wij zijn naar een Moskee geweest. De moskee in de wijk was moeilijk te bereiken, daarom hebben wij gekozen om een speciale moskee te bezoeken. We hebben namelijk de grootste moskee van Nederland bezocht, niet alleen van Nederland maar zelfs van Europa. Hij staat in Rotterdam, in de wijk van Feijenoord. De moskee was makkelijk te bereiken voor ons omdat Linsey regelmatig in Rotterdam is.

We hebben in de Moskee niet kunnen spreken met iemand die daar ‘’werkt’’, of verantwoordelijk is. Daarom hebben we iemand ondervraagd die zich regelmatig in de moskee bevind. We zijn niet zelf in de moskee geweest. Omdat we ons daar niet veilig bij voelden. De mannen en vrouwen moesten apart, en voordat we naar binnen mochten zouden we eerst een aantal dingen moeten doen, zoals ons wassen, schoenen uitdoen etc. We hebben dus een Moslim ondervraagd vlakbij de moskee. Zie hieronder het gesprek kort weergeven.

Wat betekend dit geloof voor u?
Het geloof betekent veel voor mij, het is een deel van mezelf. Ik ben hier vaak in de moskee te vinden.

Wat is er bij u thuis te vinden van dit geloof?
We hebben thuis een kleed dat zich richt naar het oosten. Daar kunnen ik en mijn gezin makkelijk voor bidden. Dat kleed is gericht richting het oosten, we bidden altijd richting Mekka. Ook zijn er thuis meerdere korans te vinden.

Probeert u dit geloof over te brengen op andere:
Ja ik vind het belangrijk dat mijn kinderen dit geloof van mij overnemen. In mijn hele familie gaat iedereen naar de moskee.

Welke mensen bezoeken dit gebedshuis?
De meeste mensen zijn moslim, wel komen hier ook soms andere mensen, mensen die benieuwd zijn naar deze moskee. Het is een belangrijke moskee voor de Nederlandse moslims.

Hoe vaak komen mensen hier? Als je kijkt naar de moslims?
De moslims moeten eigenlijk 5 keer naar de moskee per dag. Ik denk dat de meeste moslims die hier vast komen 2 keer per dag komen. Maar in de weekenden en op vrijdag meer. Vrijdag is een belangrijke dag in de moskee.

Doordat we de moskee niet in konden hebben we naar filmpjes gezocht om toch een kleine indruk te krijgen over de binnenkant van de moskee. Zie de link: http://www.schooltv.nl/beeldbank/clip/20040315_islam03


Toepassingskaart 2: Aanleggen van een themamap

Check!


Alle reflecties van de themabijeenkomsten staan erop. Van de bijeenkomsten 1 t/m 5 staat er een reflectie op.
Ik heb alleen 3 andere vragen gebruikt omdat ik die ook in mijn vorige themamap heb gebruikt.

- Wat is er nieuw?
- Wat heb ik geleerd?
- Wat ga ik met de stof doen?

Toepassingskaart 1: Zelfanalyse

Wat heeft mij gevormd tot wie ik nu als persoon ben?
Ik kom uit een gezin waar alles heel open is. We kunnen alles bespreken met elkaar. Het maakt niet uit waar je mee zit, je kan beter je gevoelens bespreken dan het opkroppen. Mijn ouders zijn dus een enorme steun voor mij. Het is niet zo dat ik heel erg beschermend ben opgevoed want fouten maken leer je van. Ze zijn wel vaak bezorgd maar ik denk dat elke ouder dat wel met zijn of haar kind heeft.
Het praten is me wel geleerd. Ik kon dit vroeger namelijk niet. Daar is een heel proces aan vooraf gegaan en uiteindelijk heb ik dit geleerd en lukt het me nu wel. Heel goed zelfs.
Voor mezelf opkomen is een volgend belangrijk punt dat ik van thuis heb meegekregen. Je moet altijd je eigen standpunten aanhouden en die mag je ook best uitspreken. Hierdoor laat ik ook niet zelf over me heen lopen.

Wat ik zelf er belangrijk vind ik de omgang met andere mensen. Ik denk dat je iedereen in hun eigen waarde moet laten zolang ze dat ook bij jou doen. Ik heb goede manieren geleerd hoe je je moet gedragen buiten huis of bij andere mensen. Hierdoor ben ik heel sociaal geworden. Dit laat ik terug komen in dat ik mensen graag help als ze hierom vragen.

Religie en politiek zijn twee onderwerpen waar ik niet zoveel van mee heb gekregen. Ik geloof nergens in maar dat neemt niet weg dat ik vind dat iedereen dat voor zichzelf mag bepalen. Wat ik wel vind is dat mensen dat voor zichzelf moeten houden en niet mij ervan proberen te gaan overtuigen. Politiek heb ik eigenlijk nog minder mee. Het boeit me niet dus kan me er ook niet in interesseren. Ook dit heeft me dan weer deels gevormd tot wie ik ben.

Sociale groepen waar ik me mee identificeer.
Mijn voetbalteam is echt de groep waar ik me mee identificeer. Deze groep zie ik 3 tot 4 keer in de week waardoor we een hechte groep zijn en steun hebben, lol kunnen maken met elkaar. Dit is een groep waar ik me veilig voel. Het zijn jongens die het beste met elkaar voort hebben. Tegenslagen krijg je met elkaar te verduren maar ook overwinningen. Dat maakt de band weer sterker. Als ik een slechte dag heb gehad en ik weet dat ik me savonds of smiddags weer bij deze groep mag voegen zijn mijn zorgen van die dag even helemaal weg omdat ik heel goed gevoel krijg van de groep.

Mijn vrienden zijn ook ontzettend belangrijk. Ondanks dat ze bij allemaal bij de voetbal vandaan komen zijn er een aantal waar ik heel veel mee om ga. Mijn steun en toeverlaat. Als ik een ongeluk zou krijgen zijn dit de personen die aan mijn bed zullen staan in het ziekenhuis, dag in en dag uit.

Mijn klasgenootjes zijn ook wel een groep waar ik graag bij in de buurt ben. Zelfs als ik ze niet zo vaak zie vind ik dat we toch ontzettend goed met elkaar kunnen opschieten. Natuurlijk niet met iedereen maar dat kan ook niet. We zijn allemaal verschillend. Mijn studiemaatje Linsey sleept me ook vaak door al het schoolwerk heen.

Verder denk ik dat je uit het eerste punt wel kunt halen dat mijn familie ook een belangrijke sociale groep voor mij is.

Achtergronden die invloed hebben op mij als meester.
Er is eigenlijk niks van vroeger waaraan je kan merken dat ik daarvoor een meester wilde worden. Ik deed het altijd goed op school maar was wel een draak van een kind. Ik had vaak onenigheid met de leerkrachten. Het is pas later gekomen dat ik echt bedacht om meester te worden. Wat wel van invloed is geweest zijn 2 dingen. Het geboren worden van mijn nichtje(ik ben oom) en het gevraagd worden om training te geven (6 jaar geleden). Hierdoor had ik al snel door dat ik gek ben op kinderen. Ik zeg altijd heel cliché dat kinderen onze toekomst zijn. Dat is natuurlijk ook zo.
Wat dit voor invloed heeft op mijn lesgeven is dat ik heel erg betrokken en open met de kinderen wil zijn. Ik wil een ontzettend veilig gevoel creëren bij de kinderen. Ik probeer ervoor te zorgen dat ze met plezier naar school komen en dat ze een leuke en natuurlijk ook leerzame tijd hebben.

Is mijn pedagogisch handelen transcultureel?
Ik vind het ontzettend lastig om sommige normen en waarden te respecteren van anderen culturen. Bij veel culturen moet de vrouw maar alleen bezig zijn met huishouden en opvoeden. Dat is een voorbeeld waarvan in het niet mee eens ben. Ik respecteer het wel want als zij zich daar goed bij voelen en zij dat belangrijk vinden moeten ze zich daar zeker aan houden. Accepteren in een ander verhaal. Ik vind het namelijk niet allemaal een normaal en belangrijk dus wordt het accepteren heel moeilijk.

Culturen vind ik best wel interessant maar ik heb wel snel het idee dat ik aan het discrimineren ben. Dus vermijd ik het onderwerp al snel. Dit komt omdat tegenwoordig het beeld zo gemaakt wordt. Een voorbeeld hiervan is als je het over marokkanen hebt klinkt het in ons land vaak al gelijk als schelden of discrimineren terwijl het eigenlijk maar heel normaal woord of aanduiding is.

Ik ben zeker in staat om de cultuurverschillen te overbruggen. Dit moet naar mijn idee wel van 2 kanten komen. Als zij mijn cultuur en ideeën willen overbruggen ben ik ook wel in staat om dat te doen. Ik vind het het leven altijd geven en nemen is.

Ik moet me eigenlijk wel meer verdiepen in de verschillende culturen om de kinderen met een andere cultuur in mijn klas goed te kunnen begeleiden. Ik weet over verschillende culturen al het een en ander maar ik denk nog niet genoeg. Ik heb er absoluut geen problemen mee om de kinderen te ondersteunen bij hun culturele identiteitsvorming.

Zou ik een bijdrage kunnen leveren van interculturele taken van de basisschool?
Na dit thema weet ik heel veel meer over andere culturen. Ik zei al eerder dat ik natuurlijk niet zo veel weet over verschillende culturen. Maar als ik me er in zou gaan verdiepen en met de informatie die ik vanuit de pabo mee krijg zou ik zeker wel een bijdragen kunnen leveren. Ik moet wel leren om me hiertoe te zetten omdat het onderwerp mij verder eigenlijk nooit zoveel interesseerde.

Mijn visie op de maatschappij.
Ik vind de maatschappij best wel slecht in elkaar zitten. Ik denk dat in deze maatschappij alles om geld draait. Heb je dit niet zal je niet echt ver komen. Zonder geld kun je ook niet studeren en bots je helemaal snel over tegenaan in deze maatschappij. Voor mezelf zie ik dus niet zo heel veel bedreigingen. Omdat ik denk dat ik wel goed terecht kom. Doe een opleiding en ben niet zo bang dat ik geen baan zal gaan vinden.

Een multi-culti samenleving is niks op tegen. Ik denk alleen wel dat we ervoor moeten waken dat andere culturen niet de Nederlandse cultuur over gaat nemen. De buitenlandse mensen die hier komen wonen moet zich wel blijven realiseren dat het Nederland is en niet het land van herkomst. Ik ben er niet bang voor dat we over worden genomen door een andere cultuur.

Allochtone groepen in de samenleving
Ik heb niks tegen de integratie van allochtone groepen in de samenleving. Maar zoals ik al eerder zei ze moeten zich wel deels aanpassen. Ik denk wel dat er teveel groepen bij elkaar wonen en daardoor zijzelf ook minder open staan naar de Nederlandse cultuur. Dit vormt voor veel mensen een belemmering omdat ze zich bedreigt kunnen voelen door grote groepen allochtone mensen. Het komt er dus op neer dat er meer openheid naar elkaar moet zijn. Zowel van de allochtone groepen als de Nederlandse groepen.

Ervaring van andere religies.
Ik heb al eerder verteld in het verslag dat ik nergens in geloof. Maar dat ik wel respecteer dat andere willen geloven. Ik vind het wel leuk om andere dingen te weten komen over andere religies maar ik hoef het er niet te lang over te hebben. Algemene punten leer ik er graag over maar echt tot in details hoef ik het niet te weten. Sommige religies willen andere mensen overtuigen om ook te gaan geloven. Dat vind ik niet goed. Als je wilt geloven moet je daar zelf voor kiezen en niet overtuigd worden door een ander.

Vrienden met een andere culturele achtergrond.
Ik heb met een aantal jongens gevoetbald met een andere culturele achtergrond. Waar ik het ontzettend goed mee kan vinden. Leuke jongens.
Degene die het dichtst bij mij staat met een andere culturele achtergrond, waar overigens niks mee gedaan wordt is mijn nichtje. Zij heeft een marokkaanse vader. Die ziet ze alleen nooit meer waardoor ze niks van de cultuur mee krijgt maar heeft wel het bloed. Hierdoor ben ik ook wel in aanraking gekomen met de andere deel van mijn nichtje haar familie. De meeste ervan zijn aardige mensen en sommige zijn dat niet.

Gesprekken met ouders met een andere culturele achtergronden.
Door gesprekken met ouders met een andere culturele achtergrond ben ik wel anders ernaar gaan kijken. Ik heb goede ervaringen met andere culturen maar meer slechte ervaringen. Dat maakt het moeilijk om een gesprek helemaal ‘ leeg’ in te gaan. Achteraf blijkt het vaak dat het hele normale een sociale mensen zijn. Ik vind overigens wel dat de meeste mensen zich beter verstaanbaar moeten maken. Ze zijn tenslotte nog steeds in ons land waar we de Nederlandse taal spreken.