woensdag 7 december 2011

Toepassingskaart 7: De wereld door de ogen van...

Bekijk vanuit de ogen van een kind jouw toebedeelde bevolkingsgroep. Stel je voor dat dit kind in jouw klas zit. Stel je voor dat dit kind in je klas zit. Maak een verslag waarin je een beeld geeft van jouw leerling. Maak bij de keuze van jouw kind een betekenisvolle koppeling met jouw specialisatie Jonge kind of Oudere kind.

Florian zit in een klas waarin geen andere culturen vormen. Daarom hebben we deze opdracht deels samen gedaan. Ook hebben we samen met Melissa en Kevin een presentatie gegeven in de klas over Antillianen. We zullen het in het eerste deel van de toepassingskaart hebben over een Antilliaans jongetje in de stage klas van juf Linsey. Hij zit in groep 6 en komt van Curaçao.
In je uitwerking kunnen de volgende vragen richting geven:

- Wat komt hij/zij tegen in onze bassischool, thuis, de wijk, enz?
Hij komt veel jongeren tegen op straat, van dezelfde leeftijd maar ook zeker oudere jongens. Dat zorgt ervoor dat E zich snel ouder gaat gedragen. In de klas kan hij een stoorzender zijn bij bepaalde lessen. Daardoor is hij niet altijd even geliefd bij zijn mede klas genoten. Wel scoort hij hoge punten bij zijn resultaten, hij kan wel goed meekomen met het niveau van de klas.

- Hoe gaat hij om met verschillen in opvoeding?
Hij wordt in Nederland alleen opgevoed door zijn moeder, zijn vader en broers zitten nog op de Antillen. Het voorbeeld figuur van een vader mist, en wanneer we kijken naar zijn gedrag, lijkt het alsof zijn moeder het overwicht in het gezin mist.

- Welke kansen heeft hij?
Hij heeft grote kansen hier in Nederland, wel moet hij leren de kansen te pakken. Hij heeft hoge cijfers op school, wanneer hij door zou willen studeren na het voortgezet onderwijs zou dat vanuit hem zelf moeten komen.
Om de kansen van het kind te vergroten: Moeten scholen bereikbaar zijn, Toekomstperspectief, De moeders, Culturele achtergrond en respect.

- Welke vormen van beeldvorming kan hij tegenkomen?
Dit is de beeldvorming die Nederlanders over Antillianen hebben:
In de Antilliaanse opvoeding heb ik geen bijzondere verschillen gevonden tussen de opvoeding van een jongen en de opvoeding van een meisje. Wel is de betrokkenheid van familie bij de opvoeding een belangrijk kenmerk. In de Antilliaanse cultuur is het niet gek dat familieleden bij elkaar wonen en elkaar helpen met de opvoeding.
Vooral bij de iets oudere generatie komt het vaak voor dat de moeders ‘alleen staan’ in het ouderschap (alleen staan staat in dit geval tussen haakjes omdat de moeder vaak terug kan vallen op de familie). Het komt vaak voor dat de vader na een aantal jaar teruggaat naar de Antillen.

Uit onderzoek is gebleken dat het opbouwen van zelfvertrouwen/zelfbeeld/zelfrespect in de opvoeding vaak niet helemaal goed doorkomt. Mogelijk is dat de reden dat het werkloosheidscijfers onder Antillianen zo hoog is. Daarbij zou dat ook de reden kunnen zijn van het hoge criminaliteitscijfer onder Antilliaanse bevolkingsgroepen (na de Angolezen het hoogste percentage van verdachten van misdrijven).

- Hoe kijkt het kind aan tegen zijn cultuur en levensbeschouwing?
Wij denken dat het voor E gewoon is hoe zijn thuissituatie in elkaar steekt. Wel heeft E er veel moeite mee dat zijn vader en broers nog wonen in Curaçao. De cultuur van de Antillianen is ook veel terug te vinden in E. Hij zal dus ook een positief beeld hebben over zijn eigen cultuur.

- Welke invloed heeft cultuur en/of levensbeschouwing op de ontwikkeling van jouw leerling?
E. doet goed mee tijdens de levensbeschouwingslessen, ook geeft hij een open houding naar de andere culturen binnen de klas. Linsey noemt een perfect voorbeeld: ‘’Tijdens het kerstdiner was hij erg benieuwd naar de andere culturen en hun eet gewoontes, hij stond daarvoor open en heeft veel verschillende dingen geproefd’’.

- Hoe beleeft het kind zijn omgeving?
We vinden dit moeilijk te benoemen. Wel kunnen we het voorbeeldgeven bij een van de onderwijsprincipes. ‘’Het consequent zijn’’
De Antillianen zijn niet bewust met opvoeden bezig. De ouders voeden hun kinderen gevoelsmatig op. De ene keer mag dit wel en de andere keer mag het niet. Het komt vaak voor dat familieleden en kennissen, die bij de ouders inwonen of in de buurt zijn, de kinderen ook opvoeden. Hierdoor krijgen de kinderen soms tegenstrijdige aanwijzingen in wat ze wel en niet mogen doen. Dit is wel in een groot contrast met de opvoeding op school, daarbij zijn vaste waarde en normen en IEDEREEEN moet zich daar aan houden.

Het is voor E soms moeilijk te begrijpen waarom iets niet mag, hij wil ook graag het laatste woord hebben. Het consequent zijn in de klas is dus een belangrijk principe voor E.

Zoek vervolgens uit wat dit betekend voor jou als leerkracht! In je uitwerking kunnen de volgende vragen richting geven:
- Welke mogelijkheden heb je en moet je zoeken om dit kind in zijn ontwikkeling op de verschillende gebieden te ondersteunen, zodat het adequaat kan ontwikkelen?

We hebben gekeken naar de grootste verschillen tussen de Antillianen en de Nederlanders om hier antwoord op te geven. De verschillen zijn;

1. De kindertijd, de tijd van onbezorgd kindsheid, past meer bij een welvarende, westerse samenleving dan bij een niet-westerse samenleving met hoge werkeloosheid en- levensstandaard. In de niet-westerse samenlevingen hebben kinderen naast een psychologische vaak ook een economische waarde voor de ouders. Kinderen krijgen soms op vroege leeftijd huishoudelijke taken en werktaken opgedragen binnen het gezin

2. Het tweede grote verschil staat eigenlijk al in de eerste. De meeste gezinnen in Nederland hebben een veel hoger inkomen dus kunnen dat makkelijker gebruiken bij de opvoeding. Goede voeding, kleding en hygiëne. Ondanks dat ze minder hebben proberen ze er wel voor te zorgen dat de kinderen er altijd verzorgd bij lopen.

3. School, de meeste ouders in gezinnen hebben de school niet afgemaakt dus vinden het ook niet zo’n groot probleem als hun eigen kinderen school ook niet afmaken. Wij hebben hier een leerplicht. Wij moeten wel naar school.
- welk leerkracht gedrag is noodzakelijk?
- consequent zijn, het geven van duidelijke instructie, een kind aanspreken op z’n gedrag, een goed contact tussen ouder en leerkacht.

- hoe ga je om met discriminatie?

We hebben een goed project gevonden op internet om te kijken hoe je om moet gaan met de verschillende culturen binnen de klas en discriminatie tegenhoud. (Zie link)
http://www.letop.be/projecten/leerzorg/Chapters/Hoofdstuk%207%20-%20Map%20leerzorg.pdf

- Welke rol spelen de ouders?
De ouders vinden de scholing niet erg belangrijk, daarom is het belangrijk dat de ouders er goed worden over geïnformeerd. De ouders vinden het moeilijk om een band te krijgen met school, daarom zal de school daar een belangrijke rol in moeten vinden. Als de ouders gemotiveerd zijn voor de school van hun kind, zijn kinderen vaak ook meer gemotiveeerd.

- Wat heb je nodig om je werk goed te kunnen doen? Wat kan de school voor jou betekenen? wat kan de overheid voor jou betekenen?
Contact ouders en school
Praktische en financiële steun
Steun bij de opvoeding
Gebrekkige aansluiting tussen gezin en andere instituties.
Deze genoemde punten moeten worden behandeld door verschillende instanties: de school, de overheid, de ouders, de kinderen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten